Home Artikelen Orgaan- en weefseltransplantatie

Orgaan- en weefseltransplantatie

Kies dan het leven!    Over orgaan-en weefseltransplantaties

Update juli 2009

Aan het eind van het boek Deuteronomium, na vele toespraken tot de Israëlieten, bond Mozes hen op het hart om te kiezen voor het leven (30:19: “... het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft...”) 

Twee bomen stonden in het paradijs: de boom des levens, en de boom van kennis van goed en kwaad. Maar hoe kunnen we goed en kwaad onderscheiden?

In het leven maken we onnoemelijk veel keuzes. Hoe kun je nu voor het leven kiezen? Wat is leven eigenlijk? Wat is sterven? En wat is dan dood? Wat is eeuwig leven? Medische, ethische en godsdienstige vragen te over. Om antwoorden te vinden houden we ons aan ‘het beste boek voor de weg’: de Bijbel. De vraag om de organen van een hersendode is de meest ongelukkige vraag op het meest ongelukkige moment aan de meest ongelukkige familie. Nu dat afschuwelijke moment er nog (??) niet is, is nu de tijd om ons op antwoorden te bezinnen.

 

De nieuwe wet voor orgaan- en weefseldonatie beoogt dat er meer organen en weefsels beschikbaar zullen komen, ten tweede dat er meer rechtszekerheid is, ten derde een rechtvaardige verdeling van organen en weefsels en tenslotte dat de handel hierin wordt tegengegaan. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport spoort Nederlanders ouder dan 18 jaar (er is geen maximum-leeftijd) aan om een keuze te maken of ze na overlijden hun organen en /of weefsels (en zo ja welke) beschikbaar willen stellen voor transplantatie. Jongeren vanaf 12 jaar kunnen al een donorverklaring invullen. De ouder(s) of voogd(en) mogen echter daadwerkelijke donatie verhinderen. Deze keuze wordt dan centraal geregistreerd. Staat u niet geregistreerd in het donorregister en wordt er geen donorcodicil aangetroffen en zijn er bovendien geen nabestaanden, dan mag donatie niet plaats vinden. Als na uitname blijkt dat het orgaan of het weefsel toch niet geschikt blijkt voor donatie, kan het voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt. Als u dat niet wilt, kunt u hiertegen bezwaar maken.

Vreemd is dat de meeste Kamerleden, verantwoordelijk voor deze wet, en de meeste verpleegkundigen die bij transplantaties betrokken zijn, nìet willen doneren![i]

Om de wachtlijsten te kunnen opheffen moeten minstens 7 miljoen Nederlanders in principe bereid zijn om hun organen en weefsels na hun dood af te staan! Zodra het aanbod van organen ruimer wordt, zullen artsen waarschijnlijk de toelatingscriteria voor de wachtlijsten verruimen. Stel dat donorwervingsacties veel respons opleveren, zijn er dan wel voldoende operatieteams en faciliteiten? De spanning tussen vraag en aanbod kan hoog oplopen. Je kunt toch ontvanger worden en geen donor willen zijn, het wederkerigheidsprincipe geldt dus niet. Maar deze in feite egoïstische en inconsequente mening is wel bedenkelijk.

Kies, wat wilt u??:

 

1. Toestemming geven om na uw overlijden (bepaalde) organen uit te nemen

2. Orgaanuitname afwijzen

3. De beslissing over orgaanuitname overlaten aan de nabestaanden (partner, familieleden of andere met name genoemde persoon).

 

De vraag is duidelijk. Kiezen is echter moeilijk. Het onderwerp is zeer complex, ingrijpend en bepaald niet uitgekristalliseerd.

Indien een overledene op geen enkele wijze zijn wil heeft vastgelegd, beslissen de nabestaanden. Zijn er geen nabestaanden, dan is de overledene geen donor. Bij verschil van mening onder de nabestaanden over de donatie van de overledene, gaat de donatie evenmin donor.

Hoewel ‘Promise’ in jan. ‘93 reeds uitgebreid aandacht aan deze problematiek schonk, lijkt het ons zeer wenselijk om wederom de lezers te helpen bij het weloverwogen vormen van de mening n.a.v. de actuele vragen en situatie. We zijn niet de eerste noch de laatste die over dit onderwerp schrijven. Informeer uzelf. Doorzie en negeer manipulatieve informatie. Neem de tijd om tot uw keuze te komen.

 

Joodse mening

Voor onze meningsvorming kan het raadzaam zijn om Joodse meningen te overwegen. Zij baseren zich op het Oude Testament, met daarom heen hun Joods geschriften, zoals de Talmoed. We dienen ons wel bewust te zijn dat zij niet door de Heilige Geest verlicht zijn, en dat dè Joodse opvatting niet bestaat. Er is geen sprake van de Joodse mening over lichamelijke donaties. Het Nederlandse opperrabbinaat staat orgaandonatie in principe niet toe, terwijl het opperrabbinaat in Israel dat wèl doet. Als er een mensenleven mee gered kan worden mag het., volgens laatstgenoemde. Een hoornvliesoperatie mag dus eigenlijk niet. Maar over het algemeen, horen Joden negatief te staan tegenover donatie, omdat er inbreuk wordt gedaan op de integriteit van het aardse omhulsel. De liberale rabbijn A. Soetendorp echter meent dat het recht op de integriteit van je lichaam tegenover de plicht om een ander te helpen staat. Opvallend is dat er wel grote bedenkingen zijn in de Joodse gemeenschap over het afstaan van organen, maar nauwelijks over het ontvangen ervan. Bij veel Joden worden herinneringen aan de Holocaust losgemaakt, en willen zij, heel begrijpelijk, niet weer geregistreerd staan.[ii]

 

Voor een christen is het een geruststellende gedachte dat we door genade en geloof een eeuwig leven hebben gekregen. Halleluja! Dit echte, ware LEVEN wordt gekenmerkt door een intieme kennis van de Levensvorst Jezus Christus. (Joh.17:3) Niets, dus evenmin de dood, zal ons van Hem kunnen scheiden. Als gevolg van de zondeval zitten we nu met de nog levende, maar overwonnen, aartsvijand de dood. De dood wordt nooit doodgewoon. De dood hebben we te erkennen, in plaats van te ontkennen. De dood is een gemene spelbreker, een ramp! Christus heeft de dood overwonnen, en dat zal de knapste chirurg niet lukken! Veel mensen zijn doodsbang voor de dood, terwijl toch de Here Jezus de duivel, die de macht over de dood had zou onttronen, en allen zou bevrijden die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. (Hebr.2:15) Door sommigen wordt de doodsangst wel de motor van het leven genoemd. Een christen hoeft zich gelukkig niet te laten opjagen, alsof in dìt leven er alles uitgehaald moet worden wat er inzit. Eerst Rome zien, maar Napels dan? En laten we Delft niet vergeten, musea, pretparken, verwenweekenden, verre oorden tot de planeten toe. Heb je echt wel alles gezien en beleefd, want daar heb je toch als mens recht op?!

Aangevoerde argumenten zijn: als het maar nut heeft (utilisme) en bijdraagt aan aards geluk (hedonisme). Nee, een christen leeft door en van genade, en Gods heerlijke beloften overstijgen mateloos alle wereldse aanbiedingen. “ Hetzij wij leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren” Rom.14:8. Door het eeuwige leven heeft een christen geen last van tijdgebrek. Christenen hoeven niet krampachtig om te gaan met grijze haren en rimpels die aangeven dat je tijd om te sterven nabij is. Christus is en blijft ons nabij en al het andere wordt dan relatief. Heeft elk mens het recht om lang en onbezorgd te kunnen leven? Van een ander kant bekeken: hebben we nog het recht om in rust en vrede te kunnen sterven? Een leven kan verlengd worden, maar is de kwaliteit van dit leven dan evenredig met de kwantiteit? Wie bepaalt op grond waarvan de subjectieve kwaliteit van het leven?? Heb je recht op weefsels en organen van een ander? Heeft de mens, de christen, zelfbeschikkingsrecht? Gij zult niet begeren, ...noch de organen van een ander..? Als je hoopt op het orgaan van een ander, hoop je dan op de dood van een ander?

 

Bovenstaande relativeert het aardse leven. Dat neemt niet weg dat de mens, kwetsbaar en gebrekkig als hij is, en ziek kan zijn, gebruik mag maken van hulpmiddelen. Ik denk aan een bril, kunstgebit, gehoorapparaat, wandelstok, en kunstledematen. Geen zinnig mens zal daar over vallen! Maar ook aan de binnenkant van het lichaam kunnen en worden prothesen aangebracht. Kunststof buisjes kunnen slagaders vervangen. Kunstmatige hartkleppen, elektrische pacemakers enz., zijn een zegen voor de mens. Daarnaast functioneren apparaten die bepaalde organen van ons overnemen, zoals de nierdialysator en de hart-longmachine. De medische ontwikkelingen zijn haast niet meer bij te houden en werkelijk verbluffend. Zelfs nog ongeboren kinderen kunnen al geopereerd worden .De mens lijkt wel God, bijna almachtig en alwetend, het leven bijna scheppend en beheersend... Hoe hoog is de toren van Babel nu al weer?![iii] Het moet voor de medici uitdagend en opwindend zijn om de grenzen steeds te verleggen, om ziekte en dood verder terug te dringen. Lang niet elke medicus wordt gedrongen door mensenliefde, maar spelen ambitie en wedijver zeker mee. Zijn er dan geen grenzen aan? Ja, financieel en ethisch, hoewel de ethiek vaak achter de medische ontwikkelingen aansukkelt... De vraag die ons steeds meer opdringt is deze: màg alles wat kàn?? Met het oplossen van problemen, worden weer andere, nieuwe, problemen opgeroepen.

 

 

Vormen van transplantatie

 

Er zijn 4 vormen van transplantatie:

1. De donor en de ontvanger zijn dezelfde persoon (autotransplantatie), bv. een stuk huid van het been naar de verbrande arm, wat veel in de plastische chirurgie wordt toegepast.

2. Het bij leven overplaatsen van een donororgaan of -weefsel Bij donatie van bv. bloed, één nier, een gedeelte van de lever en beenmergcellen (bij leukemie), is de bedoeling dat zowel de donor als de ontvanger in leven blijven. (Nieren kunnen ook ná het sterven gedoneerd worden. Tegenwoordig kan een nier uitgenomen worden via een kijkoperatie. De nier komt dan door een gat te vergelijken met een vergroot knoopsgat. Daardoor geneest de patiënt snel, met achterlating van slechts een klein litteken.[iv]

 

3. Het overplaatsen van organen en weefsel van overleden donoren in het lichaam van een ander (allotransplantatie), bv. hart en hoornvlies. Deze en de volgende vorm roepen ethisch gezien de meeste vragen op.

4. De donor is een dier. Reeds in 1984 leefde een babymeisje drie weken met het hart van een jonge baviaan! Wegens het gebrek aan organen is men gaan zoeken of deze ook uit dieren kunnen worden gebruikt. Daarnaast zou men weefsels in dieren kunnen gaan kweken. Het overbrengen van organen en weefsels en levende cellen van dieren naar andere dieren of mensen heet xenotransplantatie[v]. Omdat dieren een zeer verschillende weefseltypering hebben vergeleken met dat van de mens, ‘passen’ dierlijke organen niet in de mens, tenzij het genetisch wordt gemanipuleerd. Dan worden de biologische soortgrenzen doorbroken. De evolutietheorie ontkent een kloof tussen mensen en dieren. De mens is geschapen naar Gods beeld, het dier niet, maar naar hun aard, zegt Gods Woord. Ook het sterven mensen en dieren verschillend: de adem (ruach) van mensen stijgt op naar boven, keert weer tot God, die hem geschonken heeft, terwijl dat van dieren neerdaalt, naar beneden in de aarde.[vi] De mens geeft blijkbaar de geest in bruikleen. God neemt de levensgeest weer terug.

Dieren kunnen voor hen onschuldige virussen in zich meedragen, die echter de mens wèl kunnen ziek maken. Genetisch gezien is de chimpansee de beste dierlijke donor voor de mens. Echter, de chimpansee is een bedreigde diersoort, heeft weinig nakomelingen en is drager van virussen die bij de mens tot infecties kunnen leiden. De tweede keus is het makkelijk te fokken ...varken! Dit roept weer nieuwe ethische vragen op. De dierenbescherming is fel tegen de praktijk van dieren als leverancier van reserveonderdelen voor de mens. De Joodse traditie vindt het geoorloofd om een onrein varkenshart te transplanteren in een mens, omdat dit een levensverlengde ingreep is.[vii] Gaan we bij gebrek aan het doneren maar over tot produceren? Is hier niet sprake van een mechanische mensvisie waar ziekte en dood gezien worden als defecte weefsels en organen?! Hier liggen mogelijkheden voor een zeer winstgevende organenmarkt! Het is zeer de vraag of deze commercie wenselijk is...[viii] Wie het leven verzakelijkt, verzakelijkt ook de dood.[ix] Maar al te vaak is gebleken dat geld het niet zo nou neemt met de eerbied voor het leven!

 

Bovenstaande is een zeer grote stap in de medische ontwikkeling. Elke transplantatie zal niet vanzelfsprekend slagen. Meestal moeten de ontvangers wel de rest van hun leven medicijnen gebruiken om afstotingsverschijnselen tegen te gaan. De bijverschijnselen van deze medicijnen (anti-anti-stoffen!) zijn weer schadelijk. Het hele immuunapparaat wordt lamgelegd, waardoor er een angst ontstaat voor een eenvoudig griepje, dat evenwel voor de orgaanontvanger dodelijk kan zijn. De kwaliteit van het leven wordt dus verlaagd en de kwantiteit verhoogd.[x]

Weefseldonatie

Bloedtransfusie is de oudste vorm van transplanteren. Bloed kun je typeren als een soort vloeibaar weefsel. Hoewel bloedtransfusie door de meeste mensen, inclusief christenen wel algemeen geaccepteerd is, waren de Jehova’s Getuigen hier toch fel op tegen. Let wel: wàren, want sinds kort blijkt dat in betrekkelijk korte tijd voor de derde keer, de Jehova’s Getuigen geconfronteerd worden met een theologische herziening. Tot voor kort was op grond van Hand.15:29 (onthouding van bloed) bloedtransfusie voor hen strikt taboe. Mede door toedoen van de Bulgaarse overheid, met wie een ‘friendly settlement’ is gesloten, is het bijkans sacrale karakter van de bloedtransfusie-doctrine ondergraven. De sekteleden en hun kinderen zouden een vrije keuze moeten hebben ten aanzien van bloedtransfusies. Schokkend is dit trouwens voor de nabestaanden van geliefden, die destijds zijn doodgebloed, omdat nieuw bloed pertinent niet mocht worden ingebracht![xi] Voorheen stonden overigens Jehova’s Getuigen niet afwijzend tegen orgaantransplantatie, mits hierbij geen bloed werd gebruikt. En dit bleek te kunnen bij nier- en harttransplantaties.[xii] Het niet mogen eten (!) of drinken van bloed is echter een cultische zaak en geen morele. Het betrof offerdierenbloed, en geen mensenbloed, om verzoening te bewerkstelligen. Deze tekst slaat dus niet op bloedtransfusie. Bovendien geeft een bloeddonor maar een verantwoord klein deel van zijn bloed, opdat hij zelf door kan gaan met leven. De ziel van het vlees is in het bloed, en zonder bloedstorting is er geen vergeving.[xiii]

Dit bloed staat in de religieuze context. Dat de ziel van de mens in het bloed zit, is niet bewezen.[xiv] Terwijl de ene groep bloed weigert te ontvangen, eist een andere groep bloed te mogen geven. Homofielen botsen met hemofilie-patiënten, waarvan er in 1995 170 besmet zijn geraakt met het HIV (AIDS)-virus. Dertig patiënten zijn hieraan in reeds overleden... Het middel bleek erger, (ja dodelijk!) dan de kwaal! Verbijsterend en schokkend hoe homofielen hun levenswijze geaccepteerd willen laten worden, en hun bloed opdringen. Geknoei met verklaringen die voor bloeddonatie moeten worden ingevuld schuwen zij niet.[xv] Iedereen heeft blijkbaar recht op AIDS...

Daarnaast kennen we transplantaties van bloedvaten, botweefsel, hoornvliezen, huid en hartkleppen. Voor explantatie van de hoornvliezen is de complete uitname van het oog nodig. Na de uitname wordt bij de donor een kunstoog teruggeplaatst en worden de oogleden, zoals gebruikelijk gesloten.[xvi] En hoe ver zijn de experimenten met zenuwweefsel, stembanden en foetaal (hersen)weefsel (zie hieronder), ledematen, dunne darm, en ... ? Het einde is zoek.

 

Vitale donordonatie

 

De volgende organen kan men tegenwoordig transplanteren: alvleesklier, hart, lever, longen, en nieren. Omdat je ethisch gezien niet de persoonlijkheid of individualiteit mag aantasten, mogen geslachtsorganen (eierstokken en zaadballen) niet getransplanteerd worden. Desalniettemin wordt er op grote schaal gerommeld met geslachtscellen. Een vruchtbare vrouw kan zich kunstmatig laten bevruchten. Dit vruchtje wordt uit haar baarmoeder verwijderd en deze vijf dagen oude embryo kan worden getransplanteerd in een onvruchtbare vrouw. Deze embryotransplantatie kan, en het gebeurt! De kinderen zullen echter nooit kunnen achterhalen wie hun biologische vader en moeder zijn. Dit is vragen om moeilijkheden, immers elk mens gaat op zoek naar zijn of haar ‘wortels’. Zaaddonoren leveren al dan niet anoniem sperma in, waardoor jaarlijks zo’n 1200 kinderen geboren worden!

Hersenen mogen evenmin getransplanteerd worden. Dat kàn trouwens medisch-technisch bij hersenen per definitie niet. Bovendien is het ethisch verwerpelijk om hersenweefsel. te transplanteren, omdat dit de diepe persoonlijkheid van de mens aangaat.

Bij non-heart -beating-donoren staat het hart stil en daarmee de bloedcirculatie. Hart, lever en longen kunnen zijn dan onbruikbaar geworden, maar nieren kunnen nog wel getransplanteerd worden.

 

Donors

 

Er zijn twee groepen donors: levende en dode. De ontvangers krijgen de naam van de donor niet te horen. Per definite is donatie anoniem, vrijwillig en gratis. Tegenover een gift staat geen betaling.

Alcoholverslaafden komen pas in aanmerking voor een levertransplantatie, nadat ze minimaal zes maanden droog staan, maar dan zijn ze dus géén alcoholverslaafde meer.

Het blijkt een misvatting te denken dat patiënten een donorlong nodig hebben omdat ze teveel gerookt zouden hebben. Roken blijft echter wel degelijk schadelijk voor de gezondheid! (Rokers met als gevolg longkanker worden wèl behandeld.) Verder moeten mensen met een verhoogd risico op besmetting van het AIDS-virus (naast alcohol verslaafden ook drugsverslaafden en mensen met veel wisselende sexuele contacten) geen toestemming geven voor donatie. Het middel is dan immers erger dan de kwaal!

Een hartpatiënt die heeft bewezen makkelijk tot zelfdoding te kunnen over gaan, komt niet in aanmerking voor een nieuw hart. Evenmin zij die niet trouw en stipt de nodige medicijnen willen innemen.[xvii]

 

 

Evaluatie

Dan nu de hamvraag: wat is de opstelling van de christen t.a.v. orgaan- en weefseldonatie? De weg van de minste weestand is om niets te kiezen, en zo nabestaanden eventueel te belasten met het beantwoorden van de donatievraag. Laten we onze verantwoordelijkheid verstaan om zelf een antwoord proberen te formuleren. God wil wijsheid schenken[xviii] ìn en niet zonder ons denken. Het is te kort door de bocht om te zeggen dat jouw lichaamsdelen voor een ander zoveel zegen kunnen zijn. Zeker: wat een vreugde als iemand van de regelmatige en kwellende nierdialyse af kan komen. Financieel is op den duur transplantatie goedkoper dan het regelmatig spoelen. Toch moet ons antwoord niet pragmatisch maar principieel zijn. Hoewel we geen heer en meester over ons leven zijn, noch geen baas in eigen buik, hoe kunnen we dan toch een goed rentmeester zijn over ons lichaam? We beogen als christenen geen zelfbeschikking, maar proberen Gods wil in deze te ontdekken. Omdat ten tijde van de bijbelschrijvers weefsel- en orgaandonatie totaal onbekend en onvoorstelbaar waren, vinden we hierover niets rechtstreeks terug in Gods Woord. De Bijbel is geen wetenschappelijk handboek. Wèl kunnen we principes ontdekken die we op ons onderwerp mogen betrekken. Niet rechtstreeks maar indirect kunnen we ons op de Bijbel beroepen.

Een louter theoretische benadering kan een kilheid oproepen. Laten we daarom proberen om mensen van vlees en bloed, geliefden, bekenden, voor ogen te houden.

Een gulden regel geldt ook hier: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.[xix]

 

Argumenten vóór donatie

* Het gebod om de naaste lief te hebben als jezelf komt in het Oude Testament voor (Lev.19:18), en wordt in het Nieuwe herhaald (Mat.22:40) en zelfs verzwaard (Joh.13:34). Jezus maakt een andere vergelijking, nl. Niet slechts liefhebben als jezelf, maar zoals Jezus zèlf ons liefhad. Orgaandonatie kan echter nimmer gelijkgesteld worden aan het onvergelijkbare verzoeningswerk van Christus. Naastenliefde en zelfopoffering zijn christelijke argumenten voor donatie. Deze plicht is evenzeer waar als de vrijwilligheid hiervan.‘Naaste’ komt van na-> nader-> naast, dus het meest dichtbij. Letterlijk gezien klopt dat niet, want een orgaan kan getransplanteerd worden in een volslagen onbekende van de donor uit een ander land. De plicht tot barmhartigheid is duidelijk uit de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Door de eeuwen heen liep de kerk gelukkig voorop in de zorgverpleging, denk bv. aan de kloosters en de diaconessen(zieken)huizen. Christenen betuigden daadwerkelijk solidariteit met zieken en gehandicapten. We worden niet gered door goede werken, immers dan zouden we onszelf wel kunnen redden, en was Christus tevergeefs aan het afschuwelijke kruis gestorven. Als we gered zijn, tot geloof zijn gekomen, dan worden van ons goede werken verwacht, in deze volgorde! Goede werken zijn geen eigen prestaties, waardoor we bij God wel in een goed blaadje komen. Het is nog steeds allemaal genade.

De mening van de ultra-orthodoxe Joden is, dat Joden na hun dood alleen aan andere Joden organen ter beschikking mogen stellen en/of accepteren.[xx] Liefde kan niet worden verplicht. We mogen dankbaar zijn dat Nederland, in tegenstelling tot bv België en Frankrijk, niet heeft gekozen voor het zgn. ‘Geen bezwaar’-systeem. In Oostenrijk wordt zelfs de familie niet geïnformeerd bij orgaantransplantatie. De overledene valt in Nederland dus niet automatisch toe aan de staat. In dat geval zou er geen sprake meer van een vrijwillige gift zijn. Een donororgaan is een cadeau dat is ingebed in groot verdriet.[xxi]

Rom.5:7,8: “Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven -maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven- God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.” De context spreekt niet over orgaandonatie. David zou wel in de plaats van zijn Absalom gestorven willen zijn. De familieband blijkt hier heel sterk, want David had Absalom lief, ondanks dat Absalom David haatte.[xxii] Omdat deze band zo hecht kan zijn, is binnen de familie eerder aannemelijk dat bv een vader zijn nier aan zijn kind afstaat, en daarmee een risico neemt, dan een onbekende buitenstaander. Mozes en Paulus wilden zich wel opofferen voor hun volk Israel.[xxiii] Zij waren typen van Jezus. Het is beter dat één mens sterft voor het volk, en niet het hele volk verloren gaat.[xxiv] De context is hier echter soteriologisch en niet biologisch! Jezus kwam niet slechts om lichamen te genezen en om levens te verlengen, Hij kwam om zondaren met God te verzoenen, en hen eeuwig leven geven.

1Joh.3:16,17: “Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten. Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem?” Hoewel Johannes niet aan orgaandonatie gedacht zal kunnen hebben, kan deze tekst er wel op betrokken worden.

* Het afstaan van een orgaan is een mogelijkheid om iemands genadetijd te verlengen. De extra tijd om te leven kan echter evengoed misbruikt worden. Zo was het leven van koning Hizkia wel verlengd met 15 jaar, maar daarin gebeurden verschrikkelijke dingen.[xxv] De ontvanger zal misschìen hierdoor tot bekering komen.

* tegenstanders van donatie beweren mijns inziens ten onrechte dat de lichamen ongeschonden “ter aarde besteld” moeten worden. Rabbi Jechezkeel Landau uit de 18e eeuw, stelde dat ieder deel van een dode begraven moet worden. Volgens de Joodse traditie, lijdt de ziel eronder te moeten aanschouwen hoe het aardse component van de mens na het overlijden wordt onteerd. Dit wordt bevestigd door de moderne psychiater dr. E. Kubler-Ross. Na gesprekken met mensen die schijndood zijn geweest, bleek dat de ziel weet had van hetgeen met het lichaam gebeurde na de schijndood.[xxvi]

Een ander argument om het lichaam in takt te begraven, is de te verwachten opstanding uit de doden. Dit argument is echter onhoudbaar. Ten eerste sterft elk mens door een lichamelijk gebrek, een ziekte of ongeluk. Ten tweede zijn er martelaren die op gruwelijke wijzen zijn gedood door wilde dieren, verbrand, verdronken enz., maar desondanks in Gods hemel hartelijk welkom worden geheten. Ten derde zijn er mensen die niet per ongeluk, maar moedwillig geschonden begraven worden. Voorbeelden hiervan zijn Jacob en zijn zoon Jozef, die naar de Egyptische wijze gebalsemd (gemummificeerd) werden (Gen.50:2,26). Dode organen werden hiertoe uit hun lichamen verwijderd, en deze werden opgevuld met in harsen gedrenkte doeken.. Dit werd zonder waardeoordeel beschreven, en niet vóórgeschreven. Hier is -voor alle duidelijkheid- geen sprake van orgaandonatie! En wat zou- ten vierde- er gebeuren met al diegene die trachten God te ontvluchten door zich na hun dood te laten cremeren en hun as laten verstrooien? Tenslotte, na zo’n dertig jaar zijn alle cellen van een levend mens door andere vervangen en bovendien, na verloop van tijd is elk lichaam totaal vergaan, verdwenen!

Jezus zegt dat je beter verminkt of kreupel ten leven in kunt gaan dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen worden.[xxvii] Let wel, dat dit geen pleidooi is voor zelfverminking, maar dat deze hyperbool primair bedoeld is om ons niet te laten verleiden. Ach, mensen zou voor God iets te wonderlijk zijn? God is almachtig. Hij kan en zal dorre doodsbeenderen en nog minder dan dat, moeiteloos tot volledige mensen formeren! Trouwens, de Here Jezus Zelf werd verwond en verminkt begraven. Hij stond desondanks op met een verheerlijkt lichaam, waarin nog wel littekenen te zien waren, maar die voor Hem geen belemmering waren. Het opstandingslichaam is een andersoortig (verheerlijkt) lichaam. “Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt.” 1Cor.15:42-44

* In Gal.4:15 staat “Want ik (Paulus) kan van u getuigen dat gij, ware het mogelijk geweest, uw ogen uitgerukt en zij mij gegeven zoudt hebben.” Paulus was ziek (vs.13). Waarschijnlijk had Paulus een oogziekte. Het oog, de oogappel is kostbaar en kwetsbaar. Blindheid kwam in die droge streken nogal eens voor. Een compleet oog kan ook nu (nog?) niet getransplanteerd worden. “...ware het mogelijk...”, het was niet mogelijk. Onduidelijk is, of hier sprake is van een hyperbool, een stijlfiguur om de grote liefde van de Galaten voor Paulus te beschrijven, of dat zij wel degelijk dachten aan letterlijke ogen. Paulus keurt deze liefdesdaad niet af, maar heeft er grote waardering voor.

 

 

Bezwaren tegen donatie

 

* Wat leert de natuur ons? (1Cor.11:14) Het lichaam reageert op het transplanteren van organen en weefsel met de neiging deze af te stoten. Het lichaam oordeelt dit blijkbaar als tegennatuurlijk, onwenselijk. Anti-antistoffen worden ingezet om het natuurlijke immuunsysteem te onderdrukken.(Een van de vele beelden van de gemeente is als een lichaam (1Cor.12). Volgens deze vergelijking is dan het verwijderen van, een normaal verschijnsel!) De anti-antistoffen zullen minder heftig worden, als het vreemde, getransplanteerde orgaan, minder vreemd, oftewel afwijkend is. Dit kan bereikt worden door gen-manipulatie. Maar is dat wel ethisch verantwoord?

* Het mensbeeld van de medici lijkt wel heel technisch. Allerlei losse onderdelen zijn te repareren en te vervangen. Wordt de mens gereduceerd tot een machine die levenstekens produceert? Is een ziekenhuis een garage voor mensen?

* De zetel van de persoonlijkheid

De nieren waren in de oosterse visie de zetel van de emoties, en symboliseren het diepste innerlijk. Het hart spreekt ook voor de moderne mens nòg meer tot de verbeelding Omdat nieren minder emotionele waarde hebben dan een hart, zijn mensen eerder bereid een nier dan een hart af te staan. In onze taal zijn meer dan veertig positief getoonzette gezegden met het woord ‘hart’. Zo’n 800 keer wordt ‘hart’ in de Bijbel genoemd. Het hart heeft hier echter uitsluitend een zinnebeeldige betekenis. Als we lezen “Mijn zoon , geef mij uw hart” moeten we dat niet letterlijk opvatten, maar zinnebeeldig[xxviii] Biologisch, maar ook religieus is het hart het centrum van ons leven. Is het hart niet meer dan een vervangbare bloedpomp? U. Eibach beweert dat er nogal eens veranderingen in de persoonlijkheidsstructuur optreden bij harttransplantaties, omdat verschillende uitingen van zenuwen niet meer normaal kunnen functioneren.[xxix] Da zou harttransplantatie een vorm van reïncarnatie zijn! Pranger stelt dat patiënten met een ruilhart inderdaad zich vaak enige tijd identificeren met de donor, maar dat gevoel zou snel overgaan. Ervaringen hebben nl. geleerd dat ruilhartpatiënten dezelfde persoonlijkheid houden, hoewel het nieuwe hart niet zo op emoties kan reageren als vroeger het eigen hart.[xxx] Na een harttransplantatie verander je lichamelijk: je gezicht word dikker, je haargroei neemt toe, en loop je het risico kanker te krijgen.[xxxi]

Zetelt de ziel in het hart of in de hersenen? De kleine hersenen kunnen eventueel operatief verwijderd worden zonder dat de patiënt overlijdt. De grote hersenen, en met name de buitenzijde, de hersenschors, heeft alles te maken met ons denken, willen, bewustzijn, voelen, ons ‘ik’, samengevat in ons psychologisch leven.[xxxii] Het woord ‘hersenen’ komen we nergens in de Bijbel tegen. Men kende toen de grote betekenis van deze organen niet. Jochemsen stelt dat lichaam, psyche en geest van de mens onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Het typisch menselijke valt niet samen met de geest of met het bewustzijn dat zetelt in de hersenschors. Immers, anders zouden we patiënten in een onomkeerbare coma dood mogen verklaren en met hun toestemming hun organen mogen gebruiken. Wanneer iemand overlijdt, functioneert het organisme niet meer als één geheel. Uit Amerikaanse onderzoeken is gebleken, dat in de vitale organen van mensen (hart, longen, nieren) spirituele en energiën aanwezig zijn. Een menselijk orgaan bevat een afdruk van iemands individualiteit en er zijn aanwijzingen dat de ontvanger via zo’n orgaan ook een persoonlijkheidsoverdracht kan ervaren.[xxxiii] Is hier sprake van inbeelding en autosuggestie?

Volgens rabbijn Evers beziet het Jodendom de ziel en het lichaam als ‘parallellistische’ eenheden: alle componenten van de ziel hebben een materiële tegenhanger in het lichaam. Het lichaam is een fysieke uiting en neerslag van hogere hemelse gegevens.[xxxiv]

 

* Hersendood

Indien hersenen langer dan 4 tot 6 minuten zuurstof missen, gaan deze dood: de klinische dood. Daarna is sprake van biologische dood. De totale hersendood treedt na een kwartier in, de nierdood na een uur, de spierdood na enige uren en de dood van de huid na vele uren.[xxxv]Van hersendood wordt gesproken wanneer er sprake is van een volledig en onherstelbaar verlies van alle functies van de grote en kleine hersenen, inclusief de hersenstam en het verlengde merg. Voor het vaststellen van de hersendood geldt een zgn. ‘Hersendoodprotocol’ waarin o.a. het Elektro-encefalogram (EEG, de film van de hersenactiviteit moet bij herhaling vlak zijn) en de apneutest (ivm ademhaling) zijn opgenomen. Een angiogram (meting van de bloeddoorstroming in de hersenen) wordt pas toegepast als een EEG niet mogelijk is of als de apneutest niet goed uitvoerbaar is. Een angiogram, de ultieme test, is dus helaas geen routinewerk in Nederland, wel in Noorwegen.[xxxvi] Nabestaanden kunnen deze test eisen, voordat zij toestemming tot orgaandonatie geven. Verder kan de lichtreflex in de oogpupil gecontroleerd worden. De hersendood is menselijk gesproken (!) onomkeerbaar. Vegetatief leven suggereert dat die mens tot het niveau van een plant is afgezakt, maar ondanks de ontluistering blijft hij of zij een mens!

Wanneer ben je gestorven? Velema gelooft dat een hypothetische onthoofde, wiens lichaam verder kunstmatig intact gehouden wordt, niet meer een levend mens is.[xxxvii] Er is hier dus sprake van een overledene en niet van een overlevende. Het lichaam zonder de geest is dood, zegt Jacobus (2:26) Jezus beval bewust zijn geest in de handen van zijn Vader, en gaf de geest (Lucas (was arts!) 23:46). Een Romeinse soldaat vergewiste zich van zijn dood door met een speer in zijn zij te steken. Daarop vloeiden bloed en water er terstond uit.[xxxviii] Omgekeerd: toen het gestorven dochtertje van Jaïrus weer tot leven werd gewekt door de Here Jezus, “keerde de geest terug”[xxxix]. Toen de zoon van de weduwe door de profeet Elia uit de dood werd opgewekt “keerde de ziel terug”[xl]. Maar wanneer precies verlaat de geest of de ziel het lichaam? De ziel en de geest zijn onmeetbare, mysterieuze werkelijkheden. De vraag blijft: wanneer is iemand echt overleden: als hij hersendood is, of pas als echt alle lichamelijke functies zijn uitgevallen? Als er ontbinding intreedt? Men kan de tijdstip van overlijden afleiden uit de staat van ontbinding waarin het lichaam van de dode verkeert. Toegegeven: de vergelijking is niet ideaal, omdat de mens geen machine is, maar je zou het toch enigszins kunnen vergelijken met een voertuig waarvan de motor door een defect uitvalt. De beweging die het voertuig had, neemt geleidelijk af (het staat dus niet met een schok stil), de motor voelt eerst nog warm aan.

Er blijken merkwaardige verschillen te bestaan in het tijdstip van sterven dat wordt ingevuld op overlijdensverklaringen van hersendood-verklaarde-patiënten. Als zij géén orgaandonor willen zijn, worden de apparaten uitgezet. Dan stopt de ademhaling en later het hart met kloppen. Dat is dan het moment van overlijden. Bij hersendoden die echter wèl orgaandonor zijn, wordt het moment waarop de hersendood is vastgesteld als overlijdenstijdstip op de verklaring ingevuld...

Een hersendóde kan (kunstmatig) in léven gehouden worden. Hoezo leeft een dood lichaam? Is de hersendode een patiënt of een dode? Of: wanneer is een levend lichaam dood? Het verwarrende is dat een hersen”dode” nog kan ademen, geen lijkkleur heeft, warm aanvoelt, een kloppend hart en bloedcirculatie heeft en urine produceert. De spieren kunnen nog bewegen. Heel opmerkelijk is het verschijnsel dat een hersendode vrouw kunstmatig in leven kon worden gehouden om haar foetus te laten overleven. Haar hormoonregulatie voor het juiste verloop van de zwangerschap werkte nog prima![xli],[xlii] Hoe kan een dode een levend kind voortbrengen?? Tijdens de uitname van de organen krijgt de hersendode een volledige narcose, maar niet om de pijn te bestrijden, wel om de spieren te verslappen. Bij een “echte dode” groeien haren en nagels nog enkele uren door...

Bij coma (een diepe slaap, bewusteloosheid, zelfstandige ademhaling), schijndood en klinisch dood (geen spontane circulatie noch ademhaling meer, maar door actief ingrijpen kan dit hersteld worden), oefenen de hersenen nog enige functies uit. Volgens het boekje van de stichting Donorvoorlichting, is iemand dood “als zijn lichamelijke-geestelijke eenheid geheel en voorgoed uiteengevallen is.” (p.74) Is een hersendode inderdaad dood, of stervende? Sterven is eerder een proces dan een moment. Of een combinatie? Medici zijn niet eenstemmig over dit moeilijke punt van de hersendood. In Portugal en Engeland o.a. geldt iemand reeds hersendood als alleen de hersenstam is uitgeschakeld. Sommige Nederlandse artsen betogen dat diep in de zogeheten midden-hersenen mogelijk nog enige cel-activiteit te meten is. Zij spreken dan ook liever van veronderstèlde hersendood.[xliii] De hersenstam, waar het ademhalingscentrum zit, is niet met een EEG te meten. Bij ongeveer 20 tot 30 % van de hersendood verklaarde patiënten is nog sprake van enige restfuncties. Drs. Kompanje noemt een nog werkende hypothalamus, als deel van de hersenen dat een belangrijke rol speelt in de hormoonhuishouding.[xliv]

Jan Kerkhoffs (59) uit Limburg werd in ‘92 hersendood verklaard. Na een week nadat hij van de apparatuur werd gehaald, in de verwachting dat het wel snel met hem zou aflopen, kwam hij bij kennis! Het bleek dat hij uit zijn coma ontwaakte!![xlv] Foutje door verkeerde diagnose... Overal, dus ook in ziekenhuizen, geldt dat de mens feilbaar is. Ondanks alle zorgvuldigheid kunnen en worden fatale fouten gemaakt. Gelukkig behoort dit tot de uitzonderingen. Deze dodelijke vergissingen mogen we niet laten ontwikkelen tot oncontroleerbare Indianenverhalen! Koekkoek stelt “... terwijl soms hersendoden weer in het leven teruggekeerd zijn”, zonder dit helaas te documenteren.[xlvi] Uit diverse zendingsverhalen blijkt trouwens dat er anno 1998 opstandingen uit de dood plaats vinden![xlvii]

De stichting Bezinning Orgaandonatie meent dat het niet vast staat dat iemand inderdaad dood is, wanneer de neuroloog zegt dat de hersendood is ingetreden.[xlviii] “Juridisch wordt een donor eerst dood verklaard, als na het verwijderen van de organen de beademing beëindigd wordt en de hartstilstand intreedt.”[xlix] Dan sterft de hersendode pas echt als zijn organen verwijderd worden. Is het uitnemen van een orgaan ook een bijdrage aan iemands (de donor) sterven?!? Ook al is de de een z’n dood de ander z’n brood, dan heet dit toch moord..! Moorden is verboden, ook wanneer de bedoeling is een ander leven te redden.

Wie de mening heeft dat een hersendode een stervende is die nog een ziel heeft, kan toch geen donor zijn. Moeten we niet, omdat we niet weten wanneer de geest en/of de ziel een mens verlaat, de stervende mens met rust laten?! Nieren (itt hart, lever en longen) kunnen tot drie kwartier na de dood (en weefsels nog langer daarna), geschikt zijn voor andere patiënten.[l]

Op het gebied van leven, sterven en dood zijn er meer vragen te stellen dan te bantwoorden. Doen we er daarom dan niet goed aan om ons aan de veilige, zekere kant te houden?!

* De protocollen geven het geheel een juridische stevigheid. Het medische team dat de donor tot het moment van overlijden behandelt, hoort voor zijn/haar leven te vechten, en moet volgens het protocol strikt gescheiden zijn van het medische team dat zorg draagt voor het uitnemen van de organen. Het zal echter nog moeten blijken hoe dit alles in de praktijk werkt. Hoe vaak is er niet de hand gelicht met de voorschriften voor abortus provocatus en euthanasie...?![li] Niemand kan garanderen dat alle artsen zeer zorgvuldig te werk zullen gaan. Het is niet ondenkbaar dat over vijf jaar bv. men anders over de criteria van hersendood gaat denken. We moeten dus alert blijven op de onstuitbare ontwikkelingen op gebied van de lichaamsdonaties, en eventueel onze mening en keuze bijstellen!

* Over abortus gesproken! Van ongeboren kinderen uit de vroege zwangerschap kan weefsel zo worden bewerkt, dat het overgebracht kan worden in een ander mens, bv in de hersenstam van Parkinson-patiënten. De foetus als donor dus! De symptomen van Parkinson zijn beven, stijfheid en traagheid. Op zich is deze ziekte niet dodelijk. Voor dit medicijn worden de hersenen van foetussen (mensjes!) na een abortus-provocatus, een spontane abortus of miskramen gebruikt. Bij voorkeur moeten de embryo’s nog levend zijn... Vanaf de conceptie is er echter sprake van eerbiedwaardig mensenleven Het doel (genezing) heiligt niet de middelen (“materiaal”! van een foetus).[lii],[liii]

* De christen is als een tempel

De tempel van de heilige Geest is door Paulus genoemd in contrast met een afgodentempel, waar hoererij bedreven werd.

Moeten we, omdat ons lichaam als een tempel van de heilige Geest is (1Cor.6:19), donatie afkeuren? Analoog, mag je dan eigenlijk wel een mens opereren, en desnoods iets van zijn of haar (bv een borst) lichaam amputeren, een rotte kies trekken, een kankergezwel bestralen, een ontstoken blinde darm verwijderen? Dit is geen verminking, dit voorkomt veel erger! Het christelijk geloof staat niet haaks op de medische wereld! Lucas was een geneesheer, medicijnen werden aanbevolen, enz. De heilige Geest woont ook in iemand die lichamelijk gebrekkig is. Is deze heilige Geest nog in de mens als hij overleden is? Nee, de menselijke en Gods Geest zijn daaruit. Dat neemt niet weg dat we het “stoffelijk overschot” niet uit piëteit zouden moeten behandelen.

* Handel in organen

Bij orgaandonatie is per definitie spraken van een donatie een vrijwillige, onbetaalbare gift. Commerciële handel in organen leidt tot ongelijkheid, omdat dan de organen naar de hoogste bieder gaan, in plaats van naar de patiënt die ze het hardst nodig heeft. Door het grote tekort aan organen groeit de zwarte handel daarin. Er valt grof geld aan te verdienen! In Derde Wereldlanden als Mexico, India en Egypte is het mogelijk om illegaal een nier tegen hoge bedragen te kopen. In China worden wel organen van geëxecuteerde gevangenen zonder hun toestemming verwijderd en verkocht[liv]. Ter dood veroordeelden op de Filippijnen konden rekenen op gratie als zij een nier afstonden. Zo konden zij dus hun vrijheid kopen.[lv] Handel in organen is in Nederland bij de wet verboden, en komt gelukkig niet voor. Maar zorgverzekeraar Univé is indirect betrokken geraakt bij de commerciële orgaanhandel door de financiering van een orgaantransplantatie uitgevoerd tegen betaling in Pakistan. Ofschoon de handel in organen ook in landen als India en Pakistan bij wet verboden is, geeft de praktijk een geheel ander beeld. Het bestaan van illegale commerciële netwerken van orgaanhandel in landen als Moldavië, Turkije, Oekraïne en Israel werd mede bevestigd door Europol.[lvi] De Israëlische opperrabbijn Israël Lau heeft trouwens wel zijn zegen gegeven aan de verkoop van menselijke organen die bestemd zijn voor transplantaties, mits het leven van de donor niet in gevaar komt.[lvii]

* Tussen de 0,3 en 0,6 % van de potentiële donateurs zullen inderdaad een of meerdere organen of weefsels geven. Feitelijk is succesvol transplanteren alleen mogelijk als ‘voldoende mensen voortijdig sterven ‘als gevolg van gewelddadige ongevallen... Dus hoe minder veiligheid, hoe groter het succes van orgaantransplantaties! Ver vóór een eventueel tragisch ongeluk kan men wel clean een goedkeurend besluit tot donatie nemen, als het moment werkelijk daar is, zal dit natuurlijk heel emotioneel, en mogelijk traumatisch zijn! Probeer het u voor te stellen: hoe lijkt het u om afscheid te nemen van een geliefde die nog beademd wordt, warm aanvoelt, kortom in leven lijkt te zijn? Besef dat artsen geen pastors zijn. De nabestaanden dienen zich dus goed te bezinnen op de rouwverwerking! Rouw is de natuurlijke prijs van de liefde. Hoe afscheid te nemen? Sommigen krijgen wroeging omdat ze het idee hebben dat ze de overledene in de laatste momenten van zijn leven in de steek hebben gelaten. Bij voorkeur nog vóór u uw formulier invult, is het verstandig om aan uw familie en/of vrienden uw meningen en wensen bekend te maken.

 

De nieuwe wet en het protocol kunnen weer vernieuwd of aangepast worden. Blijf dus alert!

Het is mogelijk om aan te geven evt. donatie bij het leven te willen, maar tegen het afstaan na sterven bezwaar aan te tekenen.

Indien u uw mening over en uw wil voor donor- en weefseltransplantatie wilt herzien, kunt u altijd een wijziging insturen naar het donorregister: Postbus 12115, 100 AC Amsterdam (tel.0900-12.166) Een blanco donorverklaring kunt u ophalen bij uw huisarts en apotheek. Tip: kopieer voor uzelf en nabestaanden uw antwoordformulier.

 

Kies dan het leven! Wij wensen u hiertoe veel wijsheid en vrede!

“Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. ... Want niemand onzer leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf; want als wij leven het is voor de Here, en als wij sterven het is voor de Here. Hetzij wij dan leven, hetzij wij leven, wij zijn des Heren. Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij èn over doden èn over levenden heerschappij voeren zou.[lviii]

 

 

W.J.A. Pijnacker Hordijk

 

Geraadpleegde literatuur

* dr. J. Douma, Rondom de dood (Kampen: van den Berg, 1984) 172 pp.

* Dirk van Genderen, Opnieuw: orgaandonatie, Visie, 3-9 mei 1998

* dr. M. Heideveld, Na “toestemming” en “geen bezwaar” -celbiologische ontwikkelingen vragen om nieuwe ethische bezinning rond orgaandonatie, Reformatorisch Dagblad, 6-7-1995

* dr. ir. H. Jochemsen, Gave van een overledene, Schuilplaats, datum?

* ds. H.G. Koekkoek, Orgaandonatie de Bijbel en ik (Alphen a/d Rijn: st. Het Licht des Levens, 1998) 50 pp.

* dr. W.J. Ouweneel, Operatie supermens, (Amsterdam: Buijten en Schipperheijn, Groningen: de Vuurbaak, 1975) 272 pp.

* dr. D. Pranger, Kerken en Orgaandonatie -feiten en meningen ter ondersteuning van de discussie binnen de kerken (Bussum: Nierstichting Nederland, 1995) 27 pp.

* Teun J. de Ruiter, Vlugschrift: Voorlichting inzake de wettelijke regeling ‘Donorcodicil’, 6-3-1998

* dr. R. Seldenrijk, Organen en weefsels op reis, (Leiden: Groen & Zoon, 1993) 222 pp.

* J. Slabbekoorn, Orgaandonatie vraagt om bezinning, Reformatorisch Dagblad 16-4-1998

* drs. A.A. Teeuw, Wilt u donor zijn? -een praktisch-pastorale handreiking bij orgaandonatie (Heerenveen: Groen & Zoon, 1998) 64 pp.

* dr. W.H. Velema, Rondom het levenseinde -ethische en pastorale overwegingen (Kampen: Kok, 1971) 77 pp.

* br. R.J.F. van der Ven (arts), lezing op 22-4-1998 in de Vrije Baptisten Gemeente te Papendrecht

* drs. P.J. Vergunst, Als de dominee over de dam is, Reformatorsich Dagblad, 18-6-1993, interview met de biomedicus dr. R. Seldenrijk, n.a.v. zijn boek Organen en weefsels op reis.

* ?, De meest gestelde vragen over orgaan- en weefseldonatie (Hilversum: St. Donorvoorlichting, 1998) 116 pp.

 

 

 



[i] R.J.F. van der Ven, 2e stelling gehaald uit het NRC.

[ii] ANP, Joodse Nederlanders onderling verdeeld over orgaandonatie, Reformatorisch Dagblad, 11-4-1998

[iii] Gen.11:1-9, vooral vers 6, zie ook 3:5.

[iv] A.M. Alblas, Nier afstaan via een kijkoperatie, Reformatorisch Dagblad, 6-5-1998

[v] dr. W.J. Ouweneel noemt het ‘heterotransplantatie’, Operatie Supermens, p.85, idem dr. J. Douma in Rondom de dood, p.117

[vi] Pred.3:18-21, 12:7

[vii] Paul Meinders, De bezwaren zijn niet principieel, Koers 6-3-1998, hij interviewt dr. D.J. Bac, die het boek ‘Op het leven ‘ van rabbijn mr. drs. R. Evers aanhaalt.

[viii] dr. M. Heideveld, Dieren als leveranciers van reserveorganen, “Xenotransplantatie: het enige wat sommige willen, is de eerste zijn”, Xenogetransplanteerde valt onder de Wet milieugevaarlijke stoffen. Reformatorisch Dagblad , RD accent p.10, 21-2-1998

[ix] dr. W.H. Velema, p.35

[x] br. R. v.d. Ven

[xi] R. Singelenberg, Jehova’s toleranter over bloedtransfusie, Trouw, 1-5-1998

[xii] De meest gestelde vragen over orgaan- en weefseldonatie, p. 100

[xiii] Lev.17:11, Hebr.9 (:22)

[xiv] R. J. F. van de Ven

[xv] J. van Klinken, Lobby geslaagd, patiënt overleden, hemofiliepatiënten vinden dat COC over hun emoties heenwalst, en Verbijstering over COC. Reformatorisch Dagblad, p.5 11-12-1997

[xvi] W. van Hengel, Daniëlle kan weer helder zien, Reformatorisch Dagblad, 28-2-1998, p.13

[xvii] ds. H.G. Koekkoek, p.17

[xviii] Jac.1:5

[xix] vgl. Mat.7:12: “Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.”

[xx] ?, Orgaandonatie mag bij Joden onderling, Reformatorisch Dagblad, 19-4-1995

[xxi] W. van Hengel, Organenlobby maakt overuren om wetsontwerp bij te stellen, Reformatorisch Dagblad, 21-2-1995, uitspraak van dr. R. Seldenrijk

[xxii] 2 Sam.13:39, 18:33, 19:6

[xxiii] Ex.32:32, Rom.9:3

[xxiv] Mat.20:28, Joh. 11:50-52, 18:14, 2 Cor.5:15

[xxv] 2Kon.20, 2Kron.32, Jes.38

[xxvi] rabbijn mr. drs. R. Evers, Orgaandonatie maakt inbreuk op integriteit van het lichaam, Reformatorisch Dagblad, 2-1-1998

[xxvii] Mat.18:7-9, Marc.9:43-48

[xxviii] Spr.23:26

[xxix] B. van der Ros, Orgaantransplantatie mist bijbelse grond, Reformatorisch Dagblad 25-4-1998, citaat uit dr. R. Seldenrijk, Organen en weefsels op reis, p. 155, aanhaling uit U. Eibach, Medizin und Menschenwürde.

[xxx] dr. D. Pranger, p.18

[xxxi] ds. H.G. Koekkoek, p. 19

[xxxii] dr. D. Pranger, p.14

[xxxiii] kerkredaktie, Heel Nederland een intensive care, Trouw, 4-4-1998, citaat van Ari van Buuren, geestelijk verzorger in een ziekenhuis en vice-voorzitter van de stichting dr. Elisabeth Kûbler-Ross.

[xxxiv] rabbijn mr. drs. R. Evers, Orgaandonatie maakt inbreuk op integriteit van het lichaam, Reformatorisch Dagblad, 2-1-1998

[xxxv] dr. J. Douma, p.120

[xxxvi] ds. H.G. Koekkoek, p.27

[xxxvii] dr. W.H. Velema, p.28

[xxxviii] Joh.19:33-35

[xxxix] Lucas (arts!) 8:55

[xl] 1Kon.17:21

[xli] W. van Hengel, Raad negeert hersendoodonderzoek, Reformatorisch Dagblad, 17-3-1998, Hij citeert in zijn artikel de verpleegkundige drs. E.J.O. Kompanje, die inmiddels 18 jaar op de intensive-care afdeling in het Academische Ziekenhuis Dijkzigt te Rotterdam werkte en ongeveer 150 hersendoden heeft gezien.

[xlii] ds. H.G. Koekkoek, p.28, 29

[xliii] W. van Hengel, Orgaandonatie blijft persoonlijke zaak, Nederlandse Patiënten Vereniging, maart 1998, p.5

[xliv] ?, Kwart hersendoden heeft restfuncties, Reformatorisch Dagblad, 17-3-1998

[xlv] W. van Hengel , citaat van drs. E.J.O. Kompanje, in Reformatorisch Dagblad , 17-3-1998

[xlvi] ds. H.G. Koekkoek, p.22

[xlvii] Zie o.a.

I.                     ·     Douglas Mc Bain, Discerning the spirits (London: Marshall Pickering, 1986) pp.35, 65, 69

II.                   ·     Theanne Boer, Omega –verhalen uit de bovennatuurlijke werkelijkheid (Kampen: Kok/Voorhoeve, 1997) pp. 105-108

III.                 ·     Ds. Reinder Bruinsma, Wonderen –wat kunnen christenen daar nog mee? (Kampen: Kok: 1991) pp. 82, 83, 92

IV.                 ·     Betty Heynis, Omega –wonderen in deze tijd (Kampen: Kok/Voorhoeve, 1996) pp. 116-127

V.                   ·     Dr. Kurt E. Koch, God onder de Zoeloes – opwekking in Zuid Afrika (Heerlen: de Stem, 1976 (?)), pp.163-168

VI.                 ·     Dr. K.J. Kraan, opdat u genezing ontvangt Handboek voor de dienst der genezing (Hoornaar: Gideon, 1e druk 1973, 3e druk 1974) pp. 362-367

VII.               ·     Tony Lambert, China voor Christus, (Amsterdam: Ark boeken, 2006) pp. 122, 131, 132 ISBN 90-33818353

VIII.             ·     René Monod, De bidders van Korea de geschiedenis van de Koreaanse opwekking (Groede: Pieters BV / Zeist: st. De ondergrondse Kerk, zj) p. 34 ISBN 90.6085148 X

Of (Amsterdam-2 : Internationale raad van Christelijke Kerken, 1972) p. 19

IX.                ·     Jan Pit, Nooit keer ik terug (Hoornaar: Gideon, 1980) pp. 81-88

X.                  ·     Thelma Sangster, De verscheurde sluier, (Hoornaar, His Printing, 1e druk 1987, 5e druk 1996) Originele titel: The Torn Veil (England: Marshall Morgan & Scott Publications Ltd, 1984) pp. 113-122

XI.                ·     C. Peter Wagner, How to have a healing ministry without making your church sick    (Eastbourne: Monarch Publications, 1988) pp.71, 74, 80, 141, 142, 172-178

XII.              ·     John Wimber, Een koninkrijk van kracht –evangelisatie door wonderen en tekenen (Hoornaar: Gideon: 1986) pp. 179, 183, 188. 202

XIII.            ·     ?, Kinderen van Ismaël, ( Rotterdam/ Den Haag: Christelijke Uitgeverij Initiaal, Amsterdam: Arabische Wereld Zending, 2002) vertaald uit het Engels ‘The Children of Ishmael’ (z.j.) pp. 184, 185

[xlviii] ?, SBO waarschuwt: Hersendood hoeft nog niet dood te zijn, Trouw, 9-12-1997 NB De voorzitter van deze Stichting Bezinning Orgaandonatie dhr. Lodewick leunt tegen de stichter van de antroposofie Rudolf Steiner De secreataris mw.Vermeulen is theosofe.

[xlix] dr. D. Pranger, p.13

[l] W. van Hengel, Een hersendode is gestorven, neuroloog Op de Coul: Wie meent dat zo iemand nog een ziel heeft, kan geen orgaandonor zijn. Reformatorisch Dagblad, 31-1-1998, RD accent, p.3

[li] drs. A.A. Teeuw, p.52

[lii] drs. J.A. Coster, De foetus als donor kan; mag het ook?, bespreking van het rapport van het prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut Transplantatie van foetaal weefsel door T. Van Laar e.a., in Reformatorisch Dagblad 16-3-1994.

[liii] Dirk van Genderen, Onverantwoord en ontoelaatbaar Foetussen voor Parkinsonpatiënten? Weefselkweek misschien de oplossing, Visie, 26juni-2 juli 1988 gesprek met dr. ir. H. Jochemsen

[liv] A. Jansen, Te koop: longen van niet-rokers, Reformatorisch Dagblad, 31-3-1998

[lv] ?, Geld gaat een te grote rol spelen bij beschikbaarheid donororganen, Reformatorisch Dagblad, 27-6-1989

[lvi] André den Exter, Agnes Kant en Ineke Palm, Alleen een verbod kan orgaantoerisme keren, Nederlands Dagblad, 14-2-2008

[lvii] (AFP), Rabijnse (sic) zegen, Trouw, 9-1-1998

[lviii] Rom.14:5-9, vgl. Ezra 8:22, 23 met Neh.2:7-9, coram Deï, voor het aangezicht van God.